Fargesias zijn middelhoge tot hoge bamboes met pachymorfe of zodevormende rizomen en de planten groeien meestal éénzodig, met uitzondering van Yushania, met een lange rizoomnek, wat het uitzicht van verspreide halmen geeft. De soorten zijn zeer geschikt als solitair of als afscheiding. De meest winterharde bamboes komen voor in het geslacht Fargesia, terwijl de bamboes behorende tot de andere geslachten, minder winterhard zijn in West-Europa.
De naamgeving in deze groep is erg
controversiëel en verscheidene synoniemen worden door elkaar gebruikt. Maar de namen die in deze catalogus
worden gebruikt zijn momenteel het meest gebruikt, zowel in handel als in
officiële boeken en lijsten over tuinbouw.
Fargesia
Fargesia zijn ideale bamboes voor de
tuin. Van nature groeien de
planten in bossen in de bergen waar ook pandas voorkomen en Fargesia’s behoren
tot het favoriete voedsel van de met uitsterven bedreigde Reuzenpanda. Het klimaat is er vochtig en kil, en de
bomen laten weinig licht door.
Vandaar dat Fargesia-soorten zeer goed in de schaduw gedijen. Bovendien zijn de beide soorten zeer
geschikt als potplant en, in tegenstelling tot de meeste andere bamboes in pot
die de winter beschut moeten overwinteren, zijn deze soorten bestand tegen de
meest gure weersomstandigheden.
Tot nog toe was het sortiment beperkt
tot F. murieliae en F. nitida, maar door de introductie van een aantal nieuwe
soorten uit moederland China (o.m. F. robusta, F. dracocephala en F. denudata),
en nieuwe selecties van F. murieliae zaailingen, gaat het assortiment in de
toekomst zeker een grote uitbreiding kennen.
Fargesia murieliae is één van de
allerbeste tuinbamboes. De bloei
en het afsterven van de oude generatie (van één moederplant die in het tweede
decennium van onze eeuw in Europa werd geïntroduceerd) de voorbije jaren,
hebben als positief resultaat dat talrijke zaailingen konden worden
geselecteerd.
