Phyllostachys Groep

Phyllostachys zijn meestal hogere bamboes met kruipende of leptomorfe rizomen.  De soorten die hierin voorkomen, kunnen worden gebruikt als solitair planten of voor beplanting van grotere stukken, en als haag of afscheiding.  Decoratieve stengels vinden we in verschillende vormen.  Deze bamboes zijn veelal goed winterhard, met uitzondering van Chimonobambusa.

Chimonobambusa (en Qiongzhuea)

De nieuwe scheuten van deze groep van bamboes groeien net voor de winter uit.  De soorten worden tussen 2 en 5 m hoog en de halmen  zijn 1-2 cm diameter.  Opvallend bij deze groep zijn  vierkante rechthoekige halmen, bij verschillende soorten, vooral in het onderste derde deel van de halm.

De onderste knopen hebben ook vaak een ring van doornachtige verharde wortels.   Chimonobambusa hebben 3 of meer zijtakken, het schedeblad valt af of kan aan de plant blijven.

De bekendste soorten zijn Chimonobambusa quadrangularis en C. marmorea, en ook de bonte vormen (blad en/of stengel), hoewel deze laatste nauwelijks beschikbaar zijn.  Chimonobambusa tumidissinoda (synoniem is Qiongzhuea tumidinoda) heeft zeer opvallende verdikte knopen en wordt in China vooral voor wandelstokken aangewend. 

Qiongzhuea wordt niet als apart genus beschouwt maar als een sectie van het geslacht Chimonobambusa. Deze planten zijn minder winterhard (vooral bovengrondse schade) en moeten in de winter goed worden afgedekt en beschermd.

Phyllostachys

Dit geslacht is zonder enige twijfel het belangrijkste voor de echte bamboeliefhebber.  Een enorme variatie aan groeivormen en stengelkleuring, maken deze gracieuze bamboes tot de favoriet van de bamboeliefhebber.  Op de meeste knopen komen 2 (soms 3) zijtakken en de kant waar de zijkant of de knop is ingeplant is afgeplat en wordt sulcus genoemd.  Door deze twee kenmerken kan een Phyllostachys altijd worden herkend.  Het schedeblad valt.

Er zijn momenteel meer dan 120 soorten en vormen van dit geslacht in Europa.  Deze groeien vooral in tuinen van liefhebbers en verzamelaars.   Maar tussen de 25 en 40 soorten zijn inmiddels doorgedrongen tot de handel.  Hiertussen zijn allerlei vorm en kleurvarianten te vinden. Phyllostachys nigra, de zwarte bamboe, was de eerste winterharde bamboe die in Europa werd ingevoerd (omstreeks 1827).  Vooral in de laatste jaren werden talrijke nieuwe soorten en vormen gevonden en ingevoerd.  Niet alle vormen zijn van belang voor de sierteelt.

Gele en groene kleurvarianten komen voor in verschillende soorten, zoals een aantal voorbeelden in de tabel aangeven.

Soort volledig groen groene stengel
gele sulcus
gele stengel
groene sulcus
volledig geel
aurea
aureosulcata
bambusoides
sulphurea
de soort
'Alata'
de soort
'Viridis'
'Flavescens-Inversa'
de soort
'Castilloni-inversa'
'Houzeau'
'Koi'
'Spectabilis'
'Castilloni'
'Viridisulcata'
'Holochrysa'
'Aureocaulis'


Het zijn bamboes met een leptomorf rizoom, al dan niet woekerend.  Een aantal soorten zijn sterkere woekeraars, en bij de aanleg dient hiermee rekening te worden gehouden.   De neiging tot woekering is ook sterk afhankelijk van de standplaats en de bemesting van de grond.

Semiarundinaria 

Dit geslacht is het resultaat van een kruising waarbij Phyllostachys-soort één van de ouders is, wat zichtbaar is aan de groeivorm, namelijk hoog en opgaand, en de andere ouder is een Pleioblastus-soort, wat duidelijk zichtbaar is in het vertakkingspatroon.  De zijtakbundels bestaan namelijk uit meerdere zijtakken (tegen 2 (soms 3) zijtakken bij Phyllostachys).   De zijtakken zijn kort en niet overhangend.  Dit geeft de planten een speciaal uitzicht, met gedrongen zijtakbundels.  Snoei is dus niet nodig. De hoogte is tussen de 7 en 10 meter.

In tegenstelling tot de soortenrijkdom van Phyllostachys zijn er slechts enkele soorten die momenteel belangrijk zijn in de sierteelt;  vooral Semiarundinaria fastuosa, de zuilvormige bamboe, met bruine stengels, Semiarundinaria viridis, de vorm met een groene stengel, en verder Semiarundinaria kagamiana, S. yashadake, S. yashadake ‘Kimmei’, en S. yamadorii.

Shibataea

Een groep van lagere bamboes met leptomorfe rizomen. Deze bamboes worden in de natuur 1-2 m hoog maar lenen zich uitstekend tot snoei als laagblijvende haag.  Ook als vakbeplanting zeer geschikt.  Terwijl bamboebladeren meestal lang zijn en niet zo breed, zijn bij Shibataea de bladeren opvallend breed (2.5-3cm) en vrij kort (8-10 cm).  Er zijn per knoop 3-6 zijtakken.  Meest bekend is de vorm Shibataea kumasaca en in mindere mate de vormen met geel-bonte of witbonte bladeren.

                    Copyright © 2000 - 2012. Oprins Plant NV. All rights reserved.