Dit zijn lage tot hoge bamboes met
leptomorfe rizomen die, afhankelijk van de soort tussen 50 cm en 5 m hoog
kunnen worden. Deze bamboes kunnen
vooral worden aangewend als vakbeplanting, als grondbedekking of als
afscheiding. Een aantal van deze
soorten zijn aggressieve woekeraars en hiermee dient bij aanplant terdege
rekening worden gehouden.
Binnen deze groep hebben de
bamboes meestal fijnere halmen.
De bladgrootte varieert sterk tussen de soorten, van zeer fijne blaadjes
tot grote bladeren van 50 cm lang en 8 cm breed. Bovendien komt veel variatie voor in de bladkleur,
zowel witbont als geel-groenbont.
De meeste soorten binnen deze groep zijn zeer goed winterhard.
Indocalamus
Deze groep van bamboes is vooral bekend van de soort Indocalamus tesselatus, die bladeren heeft tot 50 cm of langer, en tot 10 cm breed. Deze plant wordt 1-2 m hoog, maar de grote bladeren zijn bijzonder opvallend. Vooral in de winter wanneer de bladeren met sneeuw of rijp zijn bedekt, is deze soort bijzonder decoratief in de tuin. Indocalamus latifolius is nauw verwant maar blijft lager (tot 1.5m) en de bladeren zijn iets minder groot.
Pleioblastus
Een soortenrijk geslacht met enkele
pareltjes van bamboes. Een groot
aantal soorten of varieteiten hebben een bont blad en zijn bijzonder decoratief
in de tuin. De meeste soorten zijn
middelhoog, een aantal zijn lage bamboes, bruikbaar als bodembedekker. Ze kunnen worden gebruikt als
afscheiding, als vakbeplanting of als bodembedekker. Er zijn 3-7 zijtakken, en de schedebladeren kunnen afvallen
of blijvend zijn. Afhankelijk van de soort, is de stengel vaak onder de knoop
berijpt. Meest bekend zijn Pleioblastus variegatus, met witbont blad,
Pleioblastus pygmaeus, een bodembekkende groenbladige soort, en Pleioblastus
auricomus, met een geel-groen bont blad.
Pseudosasa
Pseudosasa is een geslacht van bamboes
dat sterk gelijkt op Sasa, maar ze hebben geen opvallende knopen. De vertakking is net als bij Sasa
bovenaan de halmen, en de zijtak is bijna even dik als de halm. Pseudosasa japonica is ongetwijfeld één
van de allerbeste tuinbamboes, zeer geschikt voor hagen en afscheidingen. Deze soort heeft grote bladeren en kaarsrechte stengels. Pseudosasa amabilis is wijd verspreid
in China en hiervan worden de zogenaamde Tonkinstokken gemaakt.
Sasa
Opnieuw een soortenrijk geslacht, met
een sterke variatie aan groeivormen en bladeren. De knopen zijn opvallend (dit in tegenstelling tot
Indocalamus en Pseudosasa). Men
vindt ook Sasaella onder Sasa. Meest
bekend zijn Sasa palmata, een soort die ongeveer 3 m hoog wordt met grote
bladeren, en Sasa veitchii, die in de winter zeer karakteristieke witte, in het
najaar afstervende, bladranden heeft. Sasaella glabra “Albostriata” is een
mooie bamboe met opvallend wit-bonte bladeren.
xPhyllosasa (syn.
xHibanobambusa)
Dit is een kruisingsproduct tussen
Phyllostachys en Sasa, maar met meer Sasa-achtige kenmerken, vandaar zijn
plaats in de Sasa groep. De plant
werd voor het eerst gevonden aan de voet van de berg Hibano, vandaar de
vroegere naam. Volgens de regels
van de kunst is de naam xPhyllosasa te verkiezen, omdat in deze naam beide
ouders duidelijk voorkomen. Dit geslacht
kent maar twee interessante vormen, namelijk xPhyllosasa tranquillans, en de
bontbladige vorm ‘Shiroshima’. Beide vormen worden 3 m hoog. Doordat de bladeren groot zijn en de stengels eerder hangend, krijgen de planten een sterk overhangende
groeivorm.
